De Zweefvliegsport

In 1903 vloog het eerste vliegtuig met een motor. De gebroeders Wright hadden daarmee slechts 36,6 meter afgelegd. Fietsenmakers borduurden echter voort op het werk van een Duitser, Otto Lilienthal, die tussen 1890 en 1896 experimenteerde met simpele vliegertoestellen.

Zweefvliegtuigen hebben geen motor, maar maken gebruik van stijgende luchtstromingen: zogenaamde thermiek. Het is de kunst om zo veel mogelijk van deze thermiekbellen op te zoeken en zo lang mogelijk te blijven zweven. Dit lukt niet altijd en dan staat de vlieger na enkele minuten weer op de grond. Maar een mooie dag met goede ‘bellen’ kan garant staan voor vele uren zweefvliegplezier.

Een sport voor iedereen

De zweefsport biedt veel mogelijkheden. Piloten geven daar op eigen wijze invulling aan. Ze ‘hangen’ een uurtje in hun favoriete vliegtuig, vliegen introducés rond, geven instructie, gaan overland, doen mee aan wedstrijden, volgen een aerobatics-cursus of verleggen hun grenzen in een bergachtige omgeving.

Prestaties

Nadat je solo bent gekomen ben je toe aan je eerste prestatie: een C-brevet. Dit houdt in dat het je gelukt is om een half uur boven te blijven.

Na het C-brevet is het nog mogelijk een zilveren (D), gouden (E) en diamanten (F) brevet te halen. Hiervoor moeten prestaties geleverd worden zoals 1000 (D) tot 5000 (F) meter hoogtewinst, lange overlandvluchten, enzovoorts.
Ook is het nog mogelijk een 1000 kilometer diploma aan te vragen, als je een overlandvlucht van meer dan 1000 kilometer hebt gemaakt. In Nederland zijn er 25 mensen die dit diploma gehaald hebben.

Maar ook zonder de brevetten valt er altijd een hoop te presteren. Voor sommige mensen is het al een overwinning om overland te gaan. Anderen zoeken de spanning liever in kunstvluchten of het meedoen aan wedstrijden.

Wedstrijden

Ook in de zweefvliegerij worden er regelmatig wedstrijden georganiseerd. De deelnemers krijgen dan opdracht om een overlandvlucht te vliegen. Wie deze opdracht het snelst aflegt of (als het weer tegen zit), wie het verst komt, is de winnaar.

De wedstrijdopdracht wordt ’s ochtends bepaald aan de hand van het weer. Er worden een aantal keerpunten vastgelegd. Meestal in de vorm van een driehoek met een totale afstand van zo’n 100 tot 500 kilometer. Met behulp van een GPS-logger wordt gecontroleerd of de keerpunten daadwerkelijk gerond zijn.

ZC Flevo stimuleert wedstrijdvliegen. Ervaren brevethouders met de ambitie om zichzelf verder te ontwikkelen krijgen de nodige ondersteuning en faciliteiten om goed te kunnen presteren op de diverse nationale en internationale wedstrijden